Skip to main content
Administrator Guide
Laatst bijgewerkt: 2025-03-14
Een instance toevoegen aan een configuratiepakket

Een instance toevoegen aan een configuratiepakket

Beveiliging: deze domeinen in het functionele gebied Implementatie:
  • OX voor niet-uitvoerders
  • Speciale OX-webservices
U kunt een instance aan een bestaand configuratiepakket toevoegen via een gerelateerd actiemenu van de instance. U kunt ook een instance selecteren en vervolgens het configuratiepakket maken en de instance eraan toevoegen. Als u meerdere instances aan hetzelfde configuratiepakket wilt toevoegen, gebruikt u het menu met gerelateerde acties om één instance tegelijk toe te voegen.
  1. Meld u aan bij de tenant die de instance bevat die u wilt toevoegen.
  2. Geef de instance weer die u aan een configuratiepakket wilt toevoegen.
  3. Selecteer in het menu met gerelateerde acties van de instance
    de optie
    Instance toevoegen aan confuratiepakket
  4. Als het gewenste configuratiepakket al bestaat, selecteert u het op type of alfabetisch.
    De instance en het implementatietype voor de instance worden ingevuld.
    Als een instance meer dan één implementatietype heeft, selecteert u het implementatietype dat u aan het pakket wilt toevoegen.
  5. Als u het configuratiepakket moet maken, selecteert u
    Configuratiepakket maken
    .
    1. Voer een naam in voor het pakket.
    2. (Optioneel) Voer een
      ID voor de externe wijzigingsaanvraag
      in.
      Met deze ID's kunt u aangevraagde en goedgekeurde migraties bijhouden. U kunt markeringen voor
      externe wijzigingsaanvraag-ID
      's met alle migratieactiviteiten weergeven in het dashboard '
      Object Transporter Migration Reports' (OX)
      in Customer Central.
    3. Klik op
      'OK'
      om het maken van het pakket te bevestigen.
  6. Klik op
    OK
    om de toegevoegde instance te bevestigen.
Open de taak
'Configuratiepakket weergeven'
voor uw pakket om de toevoeging te controleren. U kunt ook deze taak gebruiken om instances aan het pakket toe te voegen of te verwijderen voordat u het migreert:
  • Klik op
    Instances bewerken
    om andere instances toe te voegen die tot hetzelfde implementatietype behoren als de instance die u zojuist hebt toegevoegd.
  • Klik op
    Implementatietype(n) toevoegen
    om andere implementatietypen en instances van die implementatietypen toe te voegen.
  • Klik op
    Verwijderen
    om een instance te verwijderen uit het configuratiepakket dat u zojuist hebt gemaakt.